Reglementswijzigingen

Elk jaar wijzigt er wel wat...

Hierbij een kort overzicht :

  • De strafruimte bestaat niet meer, er moet geen strafstoel meer gezet worden, als er iemand wordt uitgesloten moet die naar de kleedkamer in begeleiding van de terreinafgevaardigde of 2e scheidsrechter
  • De libero’s kunnen vanaf nu ook ploegkapitein of spelkapitein zijn

  • Voor FIVB- en officiële competities moeten alle spelers een uitrusting dragen tijdens het volledige protocol en de opwarming. Concreet zullen spelers voor de toss (16 min voor start match bij het inslaan) al hun opwarmingsshirt moeten wisselen met hun wedstrijdshirt, dit kan dus gevraagd worden door de scheidsrechters, of dit wordt doorgetrokken in de provincie en gewest is niet duidelijk, maar u bent gewaarschuwd :) 

  • Een speler begaat pas een opstellingsfout als hij volledig voorbij zijn respectievelijke voor-, achter- of zijspeler staat op het moment van de opslag. De laatste stand van de voeten van de spelers moet in aanmerking genomen worden. Elke achterspeler moet op dezelfde hoogte staan of tenminste een deel van één voet verder van de middenlijn hebben dan de voorste voet van zijn respectievelijke voorspeler. Elke speler van de rechter- (linker-) zijde moet op dezelfde hoogte staan of tenminste een deel van één voet dichter bij de rechter- (linker-) zijlijn hebben dan de voeten van de andere spelers in deze rij die verder van de rechter- (linker-) zijlijn staan

Assistent coach HA en DA : er mag geen assistent op de bank zitten, gekwetste spelers kunnen dus niet als assistent zitten, tenzij ze een initiatordiploma of coachlicentie C hebben. Hierop staat een zware boete, reservewedstrijden dames A worden uitgespeeld (2 langen en 1 korte), markeren is verplicht

Scherm :

  • De spelers van de opslaggevende ploeg mogen, door een individueel of collectief scherm, de tegenstanders niet beletten de opslag zelf en het traject van de bal te zien. Een speler (of een groep spelers) van de opslaggevende ploeg maakt (maken) een scherm, door met de armen te zwaaien, te springen of zich zijdelings te bewegen op het ogenblik dat de opslag wordt uitgevoerd, of door gegroepeerd te staan, om zowel de opslag zelf als het traject van de bal te verbergen tot de bal het verticale vlak van het net bereikt. Indien één beiden zichtbaar is voor de ontvangende ploeg is dit geen scherm

Protocol

  •  Toss en opwarming aan het net: zoals vroeger
  • Begroeting voor de wedstrijd: alle spelers gaan na signaal van SR van achterlijn naar 3-m lijn en applaudisseren zonder handen te schudden
  •  Wisselen van kamp tussen de sets: de reservespelers, coach en andere stafleden wisselen samen met de zes veldspelers vanaf de achterlijn

De federatie probeert met dit protocol tegemoet te komen aan de corona-dreiging die waarschijnlijk in de herfstmaanden groter wordt. Spelers die desondanks de risico’s toch de hand willen schudden van de tegenstanders, zijn vrij om dat te doen.

Herhaling van bestaande voor jeugdwedstrijden :

  • Jeugd : Er worden altijd 4 sets gespeeld naar 25 punten met 2 punten verschil. Bij 2-2 wordt een 5e set gespeeld naar 15 punten, met 2 punten verschil. Puntentelling: - 4-0, 3-1, 0-4, 1-3: 3 punten voor de winnaar, 0 punten voor de verliezer - bij 3-2, 2-3: 2 punten voor de winnaar, 1 punt voor de verliezer - Forfait: 0 punten
  • Bij alle jeugdwedstrijden is het de coach toegelaten zich te bewegen langs de achterlijn en beide zijlijnen. Bij U19, U17 en U15 mag er niet gecoacht worden in de 3-meterzone. Bij U13 en U11 is dit wel toegelaten. De assistent-coach heeft bij jeugdwedstrijden dezelfde bevoegdheden als de coach, maar slechts één persoon mag rechtstaan en enkel die persoon kan dan wissels of time-outs aanvragen. Maar ze kunnen dus wisselen
  •  Vrije libero enkel bij U15 :  Er mag per set met nul, één of twee vrije libero’s gespeeld worden: dit zijn spelers die ingeschreven zijn in het vak veldspelers en een volledige set libero zijn. Het vak ‘Libero’s’ mag niet gebruikt worden. Spelers aangeduid als vrije libero voor een set, zijn tijdens die set exclusief libero. De coach kan voor de volgende set dezelfde, andere of geen spelers als vrije libero aanduiden. Praktische afspraken: Alle spelers behouden tijdens de wedstrijd hetzelfde truinummer, ook de vrije libero’s. De coach noteert het nummer van de vrije libero’s (zoals genoteerd op het wedstrijdblad) op het opstellingsbriefje van de betrokken set. De vrije libero’s spelen met contrasterende uitrusting. Dit mag een libero-truitje zijn met een ander nummer of een truitje zonder nummer. De kapitein kan als vrije libero aangeduid worden, voor die set wordt een andere speler als spelkapitein aangeduid